Zwemfest 5 – Inspiratie in tekst #1

Op Zwemfest 5: Water en Buur liepen diverse creatievelingen rond die op hun eigen wijze hun momenten van inspiratie hebben vertolkt in hun kunstvorm. Hieronder: de tekst van Thomas Baaij!

ZWEMFEST 5: WATER & BUUR, HET FLUSHTRUM

Vastgehonkt aan de oostelijke galerij van Buurland slaat schrijver Thomas Baaij ons Flushtrum gade.

Het is zaterdagochtend. De dag begint grijs en doorweekt. Ik loop door een poort gemaakt van plastic waterflessen Buurland in. De poort, die doet denken aan de ribbenkast van een walvisachtige, staat nog niet helemaal. Ze wordt om ons heen opgetrokken door een vriendelijk drietal. Opgelucht dat de zon is gaan schijnen, maar nog altijd wel in regenrusting voor de zekerheid. Het petflesportaal is niet het enige decorstuk dat nog in aanbouw is. Voorbereidingen zijn alomtegenwoordig: timmergeluiden, gezaag, mensen met stoffers en blikken vol met een mengeling van lichte stress en blijde verwachting. Twee nieuwsgierige oude dames laten zich door een langharige vertellen wat hier toch allemaal aan de hand is. We bevinden ons tussen twee stapelhuizenblokken, de tussentuinen dienen als festivalgrond. Het thema is duidelijk; opblaasvissen, surfboards en oude hengels hangen als ornamenten aan het roestige ijzer van het hekwerk.

Ik slenter vanuit de noorderlijke ingang langs het tussenpad, naar het zuiden, en stuit als eerste op het Snackbar Aquarium, een tweetal tuinen met eetstandjes voor koffie en thee, zeewierburgers, broodjes worst, pizza en oud Hollandsche snacks als loempia’s en fallafel. Daartegenover is de piratencocktailbar (‘Ad-lantis’) te vinden, een prachtige houten constructie in de vorm van – je raadt het al – een piratenschip. In de volgende tuin staat een houten vuurtoren (‘Buurtoren’), waarvan het de bedoeling is dat deze in de loop van de dag beplakt wordt met allerhande hersenspinsels. Daarachter een tomatenkas gevuld met discolicht en een schaakspel van behoorlijk formaat, vragend om te worden bespeeld. Het gerucht gaat dat er een hottub te vinden moet zijn, ergens in een kelder. Een portret van Dorus Rijkers hangt waakzaam aan de wand van het live-muziek podium naast de vuurtoren, mij geruststellend; niemand zal verdrinken op Zwemfest 5 – Water en Buur.

Rond een uurtje of twaalf verken ik de dixi’s. Langzaamaan vult de ruimte daarbuiten zich met gitaarslagen, stemoefeningen en geluidsinstructies. Sarah Sotemann staat op het punt aan het eerste optreden van de dag te beginnen, zichzelf begeleidend met de gitaar zingt ze van de verwevenheid van huis en persoon. Ik ben nu al aangenaam verrast, geraakt bijna – en dan licht teleurgesteld wanneer blijkt dat het optreden is verlaat. Blijkbaar genoot ik niet van een openingsnummer, maar van een soundcheck. Een halfuurtje later, de lucht is ondertussen vervuld van de geur van de open pizzaoven, begint de artieste dan echt. Daar staat ze, kaarsrecht gestoken in roze kaplaarzen met hak, lippen tegen de microfoon, gitaar omarmd.  De zon schijnt nog altijd. De grijze massa wolken lijkt afgehouden te worden door Sarah’s heldere zang, vol vrolijke woordspelingen, oprecht verlangen en licht sardonische observaties. De paar comfortabele banken voor het podium zijn afgeladen met mensen die rustig aan – in de ene hand een drankje, in de andere een peuk – in een festivalstemming komen.

Hier en daar verschijnen dames en een enkele heer met kapsels die doen denken aan die van jaren 90 speelgoedtrolletjes. Ze zijn naar festivalkapper ‘Zeemeermin of Minder’ geweest. Een tweetal honden is op jacht naar onbewaakt voedsel en kinderen op sleeptouw dartelen rond op het schipspringkussen. Stiekempjes trekt de lucht grijs over. Een man in feloranje speedo wandelt voorbij. De vlindertjes rondom zijn armen blijken nog onnodig, de grootste nattigheid komt van de bellenblaasbakjes die her en der door de tuinen te vinden zijn. Jari Smit begint zijn Nederlandstalige surf-pop set en op het grasveldje naast het podium danst ALLOP’s eigen Rosa Scholtens met een hoelahoep mee op de ukelele-achtige gitaarriedels. Glimlachend en grappend lijmt Jari zijn stukken aan elkaar, met als afsluiter een activistisch ecolied, opgedragen aan zijn recent overleden vis Rembo: gooi geen zooi in de zee, maar recycle toch in Rembo’s naam. Onbewust blik ik op naar de wederom helderblauwe lucht boven ons, waar een octopus zwemt, acht armen gemaakt van pet- en glazen peertjes, met een blauwe plastic kop, inclusief snorkel.

De sfeer is heerlijk. Opgeroepen door de vormgeving en werkelijk gemaakt door de bezoekers. De handgemaakte decorstukken stralen overduidelijk uit dat zij met veel plezier het leven in zijn geroepen en deze energie wordt opgepikt door het publiek, dat maar al te graag de interactie met de speels opgezette omgeving aangaat. Buurland is een samenzijn, niet alleen in zang, drank en dans, maar ook in doen. Er zijn kwallen, gemaakt van blauw crêpepapier en halve papieren bollampen die in steeds grotere getale op stokken boven het publiek uit zweven als kwallen. Het zijn bijdragen van de bezoekers zelf. Geknutseld in de knutseltuin en een toevoeging aan het samenspel dat van deze groene tuinen een waar zeeschap weet te maken. Een stukje tijdelijk tropisch zwemparadijs in het midden van ons mottige moerasland.

Na een kortgedraaide opvulplaat is het de beurt aan Joia. Ze begeleidt zichzelf met loepzuivere klanken, die ze uit een semi-akoustische Gibson weet te slaan. Haar stem is onbevreesd voor de lange uithaal en meer nog dan haar voorgangers brengt ze haar nummers met kracht en overgave. Liefde is haar uitgangspunt, misschien is dat het. Hoe dan ook, het maakt me blij. Langzaamaan begint het drukker te worden, de buurt geniet lachend van de warmte en een verfrissende pint op het zonovergoten terras van de piratenbar. Een groepje jonge mannen beweegt even verderop ietwat houterig met de heupen, in de hoop hun hoepels draaiende te houden.

Laat in de middag slaat het feest echt aan: de boel staat vol, de zware elektronische stampbas van het duo Big Hake knalt door de speakers en iemand heeft de aanknop van de schuimmachine gevonden. De stille disco, bewaakt door een metershoge beeltenis van Poseidon, is afgeladen vol. Vanuit mijn positie op de oostelijke galerij is goed te zien hoe weinig anders de interactie op de dansvloer is in “stilte”, vergeleken met een gewone club. Ook hier is de groep te verdelen in degenen die lekker los gaan en de zijkanthanger, die te tof of te verlegen zijn om echt mee te bewegen.

Ondertussen speelt Sanne’s Drankorgel alvast de aanstaande sterren van de hemel. De band, gefront door een fantastisch energieke vrouw met felrode pruik (althans, ik denk dat het een pruik was) levert wat verwacht mag worden van een zogenaamde groep, en meer. Naast zelfgebrouwen maffe alfabet-meezingers en liederen over vriendschap met teksten als ‘mattie, mattie, mattie is ok’, blijken ze ook nog een behoorlijke cover uit hun instrumenten te kunnen knallen. Ze doen het goed, bijna iedereen zingt of blèrt mee en een grijsgerimpelde vrouw staat samen met twee dreadlockers op een van de zitbanken met de muziek mee te hossen.

Het avondeten is binnen onder gitaarbegeleiding van Goatmusic. De nacht nadert en het begint koud te worden. Zattige mensen, sommigen in zwempak nat van een bezoek aan het kelderbad, beginnen me te vergezellen op de galerij; één van de weinige plekken waar we nog kunnen genieten van de ondergaande zonnewarmte. De sfeer is gemoedelijk, ondanks de drukte waarin meer dan eens een vol glas sneuvelt. Slechts een enkeling waagt het om voor te dringen in de rij voor het cocktailloket.

Helaas is voor mij het uur aanstaande om deze fantastische plek te verlaten. Ik pak mijn tas, trek een extra trui aan en begeef me richting de uitgang. Noodgedwongen blijf ik toch nog vijf minuten hangen, vastgenageld op mijn plaats door de jazzy folk klanken van Big Moose. Bus dan wel gemist, maar dat was het meer dan waard. Tot volgend jaar!

Laat een reactie achter